Psychosociale aanpak

De psychotherapeutische begeleiding van deze vrouwen die in België kwamen aankloppen voor bescherming tegen geweld dat ze ondergingen in hun land van herkomst, mag niet gespeend blijven van een toegevoegde psychosociale dimensie en actie in netwerkverband. Dit is nodig voor een optimale ontplooiing van de psychotherapeutische begeleiding geboden voor allerlei noden die deze vrouwen tot uitdrukking brengen, m. n. medisch, juridisch, procedureel, psychosociaal, ouderlijk en qua socio-professionele inschakeling. Hierbij wordt rekening gehouden met de globale en in het bijzonder de socio-juridische context waarbinnen hun leed zich op heden situeert.

De heropbouw van de psyche en de identiteit van deze vrouwen kan louter en alleen geschieden op basis van een psychotherapeutische begeleiding. Die heropbouw veronderstelt ook dat ze kunnen profiteren van de nodige hulp, in het bijzonder medische, juridische en sociale hulp. Trouwens, een deel van deze hulp is nodig voor het behoud van hun fysieke en psychische integriteit, of zelfs hun overleven.

Deze vrouwen zijn nog maar kort in België en hebben hier weinig contactpunten of contactpersonen. De psychotherapeut is de persoon aan wie ze al hun miserie toevertrouwen. Deze miserie speelt zich af in een context van concrete beslommeringen die hun leven bemoeilijken of die zelfs gewoon moeilijk te begrijpen zijn. Deze vrouwen hebben ons dus nodig voor globale hulp. Ze zullen slechts het gevoel hebben dat naar hen geluisterd wordt, dat ze als ‘Subject’ aanzien worden, indien ze merken werkelijk gehoord te worden in de zorgen die ze ons toevertrouwen, m. n. zorgen van medische, procedurele, administratieve aard: zorgen die heel uitgesproken zijn in de realiteit waarmee ze geconfronteerd worden.

Door te luisteren en te begeleiden zal de psychotherapeut er vooral op letten aan de vrouw die hij begeleidt de mogelijkheid te bieden zich gehoord te voelen. Hij kan feedback geven op de moeilijkheden die ze tot uitdrukking brengt, op verscheidene niveaus; haar de mogelijkheid geven zich bewust te worden van haar gevoelens met betrekking tot haar verleden en die te verkennen.

Naast de klinische kwaliteit van onze luisterbereidheid en begeleiding zijn we van oordeel dat het ook van fundamenteel belang is – willen we het psychische lijden begrijpen in zijn sociale en maatschappelijke context –  ook reëel de zorgpunten te aanhoren die ons meegedeeld worden in ‘concrete’ zin, waarbij de onderliggende nood aan hulp uitgedrukt wordt, en hier een ‘concreet’ antwoord op te bieden.

Zo zullen we er heel bijzonder op letten aan de begeleide vrouw de informatie te verschaffen die ze nodig blijkt te hebben op basis van de naar voren geschoven zorgpunten. Zelfs indien ze geen precieze concrete vraag tot ons richt voor informatie, zullen we erop letten alle voor haar nuttige informatie door te spelen op grond van de zorgpunten, verlangens en het leed dat ze uitdrukt.

De verschafte informatie kan speciaal gaan over de juridische, administratieve, sociale, maatschappelijke aspecten die voor haar van belang zijn. Vaak betreft het de contactgegevens van een professional of een dienst die ze als patiënte kan contacteren / ontmoeten om (nog preciezere) informatie / gewenste hulp te bekomen en hiervan te profiteren. De psychotherapeut zal er immers steeds de voorkeur aan geven eenieders rol te respecteren en zijn patiënte bij te staan bij het samenstellen van een netwerk van referenten. Deze zullen haar, allen samen, zo goed mogelijk kunnen ondersteunen in de verschillende domeinen waar ze nood heeft aan hulp.

Hoewel de psychotherapeut bij voorkeur moet aansturen op een grotere autonomie van zijn patiënte, zal hij ook letten op eventuele moeilijkheden die zij ondervindt bij het ondernemen van stappen om hulp te vragen en bij het begrijpen van de informatie die ze van professionals / specialisten ad hoc verkregen heeft. Hij zal ook letten op het eventueel belang voor de begeleide persoon van het feit dat zij het gevoel heeft dat haar referenten (met alle respect voor het beroepsgeheim en de bevoegdheden en functies van de verschillende betrokken actoren) elk het belang van het werk van de anderen bevestigen en op constructieve en coherente manier kunnen communiceren, waarbij het hoogste belang van de betrokkene telkens zijn primordiale betrachting is.

In functie van de situatie en de specifieke vraag van de patiënte kunnen we, buiten luisteren en het verschaffen van informatie of nuttige contacten, het volgende ondernemen:

  • rechtstreeks contact opnemen met een professional of een ad hoc dienst; informatie vragen en die doorspelen aan de patiënte (ook informatie betreffende de voorwaarden waaronder belanghebbende hulp kan bekomen van de persoon of de dienst);
  • met de patiënte de documenten doornemen die ze hem voorlegt (medische certificaten, attesten, besluiten, gerechtelijke uitspraken, beroep,…), nagaan of ze er de betekenis en draagwijdte van begrijpt, of ze weet wat te doen, nuttige informatie verschaffen, en / of suggereren de nodige opheldering te vragen aan de professional of betrokken dienst (en / of bij een andere professional of dienst voor dezelfde specialiteit);
  • de patiënte begeleiden bij de ondernomen stappen of procedures.

De lopende verblijfsprocedure – meestal asielprocedure – zal meestal een belangrijke plaats innemen in dit aspect van onze begeleiding.

De procedure vormt onvermijdelijk een centrale bekommernis voor deze vrouwen die we begeleiden. Ze vormt ook een bekommernis voor ons als psychotherapeuten van deze vrouwen, precies omdat het een belangrijke bekommernis is voor onze patiënte, maar niet alleen daarom. Immers, zolang deze procedure geen gunstige afloop kende, bevinden onze patiëntes zich in grote onzekerheid. Hierdoor blijven ze meestal in een toestand van acute angst teruggestuurd te worden naar hun land en daar (opnieuw) blootgesteld te worden aan de vervolgingen waarvoor ze reeds op de vlucht sloegen (en waarbij dan meestal nog de repressie komt als reactie op hun vlucht). Zolang ze niet in veiligheid zijn en bescherming genieten tegen de vervolgingen waarvoor ze vluchtten, zullen het te boven komen van hun trauma en hun psychische heropbouw eveneens in het gedrang komen. En ondertussen krijgen de symptomen van hun lijden vaste voet en verergeren ze vaak hun psychische toestand.

Zo worden we dagelijks geconfronteerd met patiëntes voor wie het wachten tijdens de procedure ondraaglijk is, die dagelijks lijden onder hoofdpijn, slapeloosheid en nachtmerries, maanden- of zelfs jarenlang. Ze zitten volledig geblokkeerd door de angst voor vervolging, waardoor hun posttraumatisch stresssyndroom onwrikbaar standhoudt. We worden ook regelmatig geconfronteerd met psychische instorting en hernieuwde aanval van de symptomen bij vrouwen die na maanden wachten een negatieve beslissing krijgen van het CGVS, waarbij de verklaring die ze neerlegden punt voor punt weerlegd wordt als zijnde ‘ongeloofwaardig’.

Zelfs indien ons interventievermogen inzake de procedure beperkt is, menen we toch een belangrijke verantwoordelijkheid te hebben in het feit dat onze patiënte zo goed mogelijk gehoord kan worden betreffende haar wedervaren, in omstandigheden die optimaal zijn voor haar, en waarbij rekening gehouden wordt met haar psychische toestand en verleden waarvan wij in kennis gesteld werden; ook in het feit dat de asielinstanties zo goed mogelijk kunnen geïnformeerd worden over wat wij konden observeren bij de persoon gedurende ons klinisch werk:

  • dit werk bevestigt de gebeurtenissen en de angst voor vervolging waarvan de geïnteresseerde gewag maakt ter ondersteuning van haar vraag tot bescherming gericht tot de asielinstanties; of
  • het laat toe op een andere manier dan via het oordeel ‘ongeloofwaardig’ licht te werpen op wat (mogelijks) verward, verzwegen, slecht of zelfs met een ogenschijnlijke onverschilligheid uitgedrukt werd.

Naast de psychotherapeutische – klinische – begeleiding die we deze vrouwen bieden op grond van het psychische leed dat ze vanwege deze procedure ervaren en de angst voor vervolging waaraan ze blootgesteld zijn, zullen we dus ook speciaal de tijd nemen voor het volgende:

  • de begeleide persoon zo degelijk mogelijk informeren over de inzet en het verloop van de procedure;
  • haar zo goed mogelijk voorbereiden op het onder woorden brengen van haar verleden;
  • haar eventueel vergezellen op het verhoor;
  • haar helpen zo adequaat mogelijk te reageren op plotse wendingen in de procedure, door haar te helpen begrijpen wat er gebeurd is, te helpen een geloofwaardiger waarheid te reconstrueren, nuttige stappen te ondernemen die haar woorden kracht bijzetten;
  • attesten en rapporten opstellen ter attentie van de asielinstanties, ter ondersteuning van de klinische elementen die op nuttige manier aan de autoriteiten voorgelegd kunnen worden tijdens het verloop van de procedure. Zodoende kunnen deze instanties ingelicht worden over de psychologische nasleep van de gebeurtenissen uit het verleden. Hierdoor wordt het getuigenis van onze patiënte over haar traumatisch verleden en haar angst voor vervolging kracht bijgezet, en worden de instanties ook ingelicht over de manier waarop haar psychische toestand een invloed kan hebben op haar betoog over wat ze meemaakte.

Het opmaken van een opvolgingsattest – vaak gevraagd door de vrouw voor haar procedure, op aandringen van haar advocaat – zal vaak ook een mooie extra gelegenheid zijn voor de therapeut om de vrouw in begeleiding de mogelijkheid te geven zich erkend te voelen en zo vooruitgang te boeken op haar weg naar genezing. In dat opzicht zullen we erop letten dat het attest echt gepersonaliseerd is en het leed weerspiegelt dat de patiënte ons toevertrouwde, maar ook de toewijding van therapeut betreffende haar nood aan veiligheid, bescherming en hulp. Het is uiteraard van belang dat het attest, in de mate van het mogelijke, voorgelegd wordt aan en goedgekeurd wordt door de belanghebbende vooraleer doorgestuurd te worden naar de advocaat (idealiter eveneens door haarzelf).

Wat we ook zeiden of deden als antwoord op de noden en vragen geuit door de patiënte, we waken erover dat onze interventie plaatsvindt binnen het kader van de aangeboden psychotherapeutische begeleiding. Hierbij letten we er ook in het bijzonder op dat deze interventie ertoe bijdraagt dat de vrouw in begeleiding zich gehoord en erkend voelt, geholpen in de re-mobilisatie van haar hulpbronnen en de reconstructie van haar identiteit.